BIZ Binnenstad Zierikzee

Op woensdag 24 juni 2026 heeft het college van burgemeester en wethouders bekend gemaakt dat de draagvlakmeting van de BIZ Zierikzee Binnenstad een positieve uitslag kent. De op 28 mei 2026 door de gemeenteraad van Schouwen-Duiveland vastgestelde ‘Verordening Bedrijveninvesteringszone Zierikzee 2027 - 2031’ treedt in werking op 1 januari 2027. De datum van heffing is eveneens 1 januari 2027.

Informatie van de projectgroep over de BIZ Zierikzee Binnenstad en het activiteitenplan kunt u hier lezen.

Verordening Bedrijveninvesteringszone Binnenstad Zierikzee 2027 - 2031. De raad van de gemeente Schouwen Duiveland, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 7 april 2026; gelet op artikel 1, eerste lid, en artikel 7, vierde lid, van de Wet op de bedrijveninvesteringszones; Besluit Vast te stellen de hierna volgende verordening bedrijveninvesteringszone Binnenstad Zierikzee 2027.

Hoofdstuk I Algemene bepalingen

Artikel 1. Definities

Deze verordening verstaat onder:

  • bedrijveninvesteringszone: het op de bij deze verordening behorende kaart aangewezen gebied in de gemeente waarbinnen de BIZ-bijdrage wordt geheven;
  • college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente;
  • uitvoeringsovereenkomst: tussen de gemeente en de Stichting Ondernemersfonds Binnenstad Zierikzee op ……… 2026 gesloten overeenkomst als bedoeld in artikel 7, derde lid, van de wet;
  • wet: Wet op de bedrijveninvesteringszones.

Hoofdstuk II Belastingbepalingen

Artikel 2. Belastbaar feit en aard van de belasting

  1. Onder de naam ‘BIZ-bijdrage’ wordt jaarlijks een directe belasting geheven ter zake van binnen de bedrijveninvesteringszone gelegen onroerende zaken die op grond van artikel 220a Gemeentewet niet in hoofdzaak tot woning dienen.
  2. De BIZ-bijdrage wordt geheven ter bestrijding van de kosten die zijn verbonden aan activiteiten in de openbare ruimte en op internet, die zijn gericht op het bevorderen van de leefbaarheid of de veiligheid in de bedrijveninvesteringszone of de ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van de bedrijveninvesteringszone.

Artikel 3. Belasting object

  1. Voorwerp van de belasting is een onroerende zaak.
  2. Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken.

Artikel 4. Belastingplicht

  1. De BIZ-bijdrage wordt geheven van:
    1. de gebruiker, zijnde degene die bij het begin van het kalenderjaar al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht een in de bedrijveninvesteringszone gelegen onroerende zaak gebruikt;
  2. Voor de toepassing van dit artikel wordt:
    1. gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik heeft gegeven, is bevoegd de BIZ-bijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven;
    2. het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de BIZ-bijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie die onroerende zaak ter beschikking is gesteld;
    3. als eigenaar aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.
  3. Indien een onroerende zaak bij het begin van het kalender-/heffingsjaar geen gebruiker kent, wordt de van de gebruiker te heffen BIZ-bijdrage geheven van de eigenaar.

Artikel 5 Maatstaf van heffing

  1. De BIZ-bijdrage wordt geheven naar de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor het belastingobject vastgestelde waarde zoals deze geldt voor het kalenderjaar.
  2. Indien met betrekking tot het belastingobject geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van dat belastingobject bepaald met toepassing van artikel 6, alsmede met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.

Artikel 6 Vrijstellingen

  1. In afwijking van artikel 5 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet al is gebeurd bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van:
    1. onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;
    2. belastingobjecten voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor de publieke dienst van de gemeente;
    3. straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst voor het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen;
    4. plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;
    5. belastingobjecten voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor het geven van (muziek)onderwijs;
    6. belastingobjecten die worden beheerd door een vereniging of stichting die geen onderneming drijft, voor zover die objecten bestemd en in gebruik zijn voor het geven van onderwijs, voor club en buurthuiswerk, voor de beoefening van sport, kunst of cultuur, of voor andere activiteiten van sociale of culturele aard;
    7. belastingobjecten voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor de publieke dienst ter zake van brandweerzorg, rampenbeheersing, crisisbeheersing, geneeskundige hulpverlening in de regio en de handhaving van de openbare orde en veiligheid.
    8. de objecten die vermeld staan in de bijlage ‘vrijgestelde objecten voor de BIZ-Bijdrage’ (bijlage 2). In bijlage 2 staan vermeld de (vrijgestelde) objecten zoals deze zijn opgenomen in de WOZ-administratie ( zowel qua objectcode als objectbeschrijving).
  2. In afwijking in zoverre van artikel 5 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de BIZ-Bijdrage van de gebruiker buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van het belastingobject die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden.

Artikel 7 Tarief BIZ-bijdrage 

  1. De tarieven van de BIZ-bijdrage voor deze BIZ-Zone bedragen per genoemd kalenderjaar op jaarbasis bij een WOZ waarde van:
Scroll de tabel horizontaal om meer te zien
WOZ-categorie in € 2027 2028 2029 2030 2031
0 tot 50.000 € 94 € 96 € 98 € 100 € 102
51.000 tot en met 99.999 € 141 € 144 € 147 € 150 € 153
100.000 tot en met 149.999 € 212 € 216 € 220 € 224 € 228
150.000 tot en met 199.999 € 282 € 288 € 294 € 300 € 306
200.000 tot en met 399.999 € 423 € 431 € 440 € 449 € 458
400.000 tot en met 549.999 € 635 € 648 € 661 € 674 € 687
550.000 en hoger € 705 € 719 € 733 € 748 € 763

Genoemde BIZ-bedragen zullen voor het eerst geheven worden voor het kalenderjaar 2027.

Artikel 8 Wijze van heffing

De BIZ-bijdrage wordt jaarlijks bij wege van aanslag geheven.

Artikel 9 Termijnen van betaling

  1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.
  2. In afwijking van het eerste lid geldt dat, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, de aanslagen worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet, elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
  3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

Artikel 10 Looptijd belastingheffing

De BIZ-bijdrage wordt ingesteld voor een periode van 5 jaar.

Hoofdstuk III Subsidiebepalingen

Artikel 11 Buiten toepassing algemene subsidieverordening

Op de subsidie bedoeld in artikel 13 is de Algemene Subsidieverordening Schouwen Duiveland 2013 niet van toepassing.

Artikel 12 Subsidievaststelling

  1. De subsidie voor de uitvoering van de activiteiten die zijn opgenomen in de uitvoeringsovereenkomst wordt verstrekt aan de Stichting Ondernemersfonds Binnenstad Zierikzee.
  2. De subsidie bedraagt het bedrag van de jaarlijks ontvangen BIZ- bijdragen, verminderd met de jaarlijkse perceptiekosten, vastgesteld op € 600,00.
  3. Voor zover dit niet reeds is geschied in de uitvoeringsovereenkomst, kan het college nadere regels stellen met betrekking tot de verplichtingen van de subsidieontvanger.

Artikel 13 delegatie van de bevoegdheid tot intrekken/wijzigen subsidievaststelling

Het college is bevoegd tot het intrekken of ten nadele van de ontvanger wijzigen van de subsidievaststelling bedoeld in artikel 4:49 van de Algemene wet bestuursrecht.

Hoofdstuk IV Slotbepalingen

Artikel 14. Intrekken oude verordening en overgangsrecht

De Verordening bedrijveninvesteringszone Binnenstad Zierikzee 2022 wordt ingetrokken op de datum van ingang van de heffing, bedoeld in artikel 15, tweede lid, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 15. Inwerkingtreding en citeertitel

  1. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2027, nadat het college heeft bekendgemaakt dat van voldoende steun als bedoeld in artikel 4 van de wet is gebleken.
  2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2027.
  3. Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening Bedrijveninvesteringszone Binnenstad Zierikzee 2027’.

Artikel 16. Bijlagen behorende bij de Verordening Bedrijveninvesteringszone Binnenstad Zierikzee 2027.

  1. Kaart van de bedrijfsinvesteringszone
  2. Lijst met vrijgestelde objectcodes

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 28 mei 2026,

de griffier - mevrouw E. Goossens

de voorzitter - de heer J. Chr. van der Hoek

Ondergetekenden,

Gemeente Schouwen Duiveland, ter zake van deze overeenkomst rechtsgeldig vertegenwoordigd door de burgemeester de heer J. Chr. van der Hoek en handelend ter uitvoering van het besluit van burgemeester en wethouders van 7 april 2026

hierna te noemen "de gemeente",

en

Stichting Ondernemersfonds Binnenstad Zierikzee, ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar gezamenlijk bevoegde bestuurders, de heer N. Degen en de heer R.J. Kalverboer

 hierna te noemen "de stichting",

gemeente en stichting hierna gezamenlijk te noemen: "partijen",

Overwegende:

  • dat er een bedrijveninvesteringszone Zierikzee binnenstad is met een looptijd van 2022 – 2026 en ondernemersvereniging InZzee heeft aangegeven graag een derde periode van vijf jaar te weten van 2027 t/m 2031 aan te willen gaan;
  • deze ondernemers in het kader daarvan aan het college van B&W gevraagd hebben mee te werken aan het verlengen van deze zogenaamde BIZ-zone (Bedrijfs Investerings Zone) voor de binnenstad voor de periode 2027 - 2031;
  • dat op grond van de per 1 januari 2015 in werking getreden Wet op de bedrijveninvesteringszone een verordening vastgesteld zal moeten worden om de nieuwe verlenging van de BIZ- Zone Binnenstad Zierikzee mogelijk te maken;
  • dat aan de gemeenteraad wordt voorgesteld deze BIZ-Zone verordening Binnenstad Zierikzee 2027 vast te stellen, onder de voorwaarde dat er sprake is van voldoende steun als bedoeld in artikel 4 van de Wet op de bedrijveninvesteringszones, met inwerkingtreding per 1 januari 2027 en als bijlage bij deze overeenkomst wordt opgenomen;
  • dat tussen partijen een uitvoeringsovereenkomst gesloten moet worden, welke alleen van toepassing is als de Verordening Bedrijveninvesteringszone Binnenstad Zierikzee 2027 ook daadwerkelijk in werking treedt;
  • dat deze overeenkomst betrekking heeft op de in de verordening gedefinieerde BIZ-Zone die wordt omsloten door Nieuwe Haven, ’t Luitje/Bolwerk, Westhavendijk (tot aan trap parkeerterrein Hoofdpoort- straat), Laan van St. Hilaire, Houwersweg, Nieuwe Koolweg (tussen Houwers- weg en Nobelpoort), Grachtweg en Oude Haven/Havenpoortcomplex.
  • deze uitvoeringsovereenkomst behoort bij de beschikking waarin de subsidie, in het kader van de BIZ bijdrage, aan de stichting wordt toegekend;
  • Dat in het kader van het Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO) traject, welk traject eerder succesvol is doorlopen en bekroond is met het behalen van dit keurmerk voor de binnenstad Zierikzee.
  • Dat dit schouwrapport en de daarin afgesproken afspraken met betrekking tot verantwoordelijkheden en uit te voeren en inmiddels uitgevoerde acties betreffende de openbare ruimte, wordt beschouwd als invulling van de verplichting in de BIZ-wet om te komen tot een Service Level Agreement, zoals benoemd in artikel 5, lid 2 van de overeenkomst.

Komen het volgende overeen:

1. Definities

  1. BI-zone: het bij de verordening aangewezen gebied van de binnenstad van Zierikzee, die wordt omsloten door Nieuwe Haven, ‘t Luitje/Bolwerk, Westhavendijk (tot aan trapparkeerterrein Hoofdpoortstraat), Laan van St. Hilaire, Houwersweg, Nieuwe Koolweg (tussen Houwersweg en Nobelpoort), Grachtweg en Oude Haven/Havenpoortcomplex, e.e.a. zoals aangegeven op de bij deze uitvoeringsovereenkomst als bijlage ingetekende kaart;
  2. BIZ-bijdrage: de bijdrage gericht ter bestrijding van kosten verbonden aan activiteiten in de openbare ruimte en op internet, die zijn gericht op het bevorderen van de leefbaarheid of de veiligheid in de bedrijveninvesterings- zone of de ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van de bedrijveninvesteringszone. De BIZ-bijdrage wordt geheven van degenen die aan het begin van het kalenderjaar in de BIZ-Zone gelegen onroerende zaken, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht, gebruiken;
  3. Subsidie: de opbrengst van de geheven en geïnde BIZ-bijdragen die wordt verstrekt aan de bij de verordening aangewezen Stichting Ondernemersfonds Binnenstad Zierikzee;
  4. Wet: De Wet op de bedrijveninvesteringszones;
  5. Verordening: de Verordening bedrijveninvesteringszone Binnenstad Zierikzee 2027; 6. College: het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Schouwen-Duiveland.

2. Doel van de uitvoeringsovereenkomst

  1. De uitvoeringsovereenkomst beoogt op hoofdlijnen de afspraken tussen partijen en de verantwoordingsvoorwaarden voor de stichting te regelen inzake de financiering en realisatie van gebiedsgerichte collectieve activiteiten in de openbare ruimte en op het internet en de subsidie- verstrekking daartoe door de gemeente.

3. Duur van de uitvoeringsovereenkomst

  1. Deze subsidie-uitvoeringsovereenkomst wordt voor wat betreft de BIZ heffingen aangegaan voor een periode van 1 januari 2027 tot 31 december 2031.
  2. De stichting legt in deze overeenkomst de intentie vast om de subsidierelatie met de gemeente steeds voor de duur van 1 jaar te verlengen, waarbij de gemeente de intentie heeft dit gedurende de looptijd van de verordening voort te zetten. Grondslag hiervoor is de jaarlijkse subsidieaanvraag van de stichting alsmede de jaarlijkse verantwoording van de activiteiten die de stichting in het kader van de jaarlijkse subsidievaststelling opstelt.
  3. De looptijd van de uitvoeringsovereenkomst impliceert nadrukkelijk geen toezegging over de hoogte van de jaarlijkse subsidieverstrekking (in de vorm van een economisch impuls) door de gemeente.
  4. Onder een subsidiejaar wordt in deze overeenkomst een kalenderjaar verstaan.
  5. Indien beide partijen gedurende de looptijd van de overeenkomst, op basis van de BIZ wetgeving of anderszins, de wenselijkheid zien tot tussentijdse aanpassingen in de overeenkomst, dan behoort dat tot de mogelijkheden en wordt het gesprek tussen partijen hierover aangegaan.

4. Subsidie

  1. De stichting dient jaarlijks een schriftelijk verzoek om subsidie in, met een bijbehorende begroting en activiteitenplan op hoofdlijnen. De hiervoor bedoelde stukken worden jaarlijks uiterlijk op 1 december voorafgaand aan het betreffende subsidiejaar ingediend bij het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente.
  2. Overeenkomstig de bovengenoemde subsidiebeschikking bedraagt de jaarlijkse subsidie de gerealiseerde opbrengst van de BIZ-bijdragen, verminderd met de daarmee samenhangende perceptiekosten (vastgesteld op € 600 jaarlijks), voor de uitvoering van de onder de in artikel 5 genoemde tussen stichting en gemeente overeengekomen activiteiten.
  3. Terugbetaling als gevolg van verminderingen van de WOZ-waarde en eventueel oninbaarheid van openstaande vorderingen kunnen leiden tot een lager subsidiebedrag. De gemeente zal zich maximaal inspannen om vermindering op basis van oninbaarheid te voorkomen en zal de stichting tijdig, gedurende een subsidiejaar, informeren over de definitief te verwachten subsidie.
  4. De subsidie wordt jaarlijks betaald in twee voorschottermijnen te weten voor 1 februari (70%) en voor 1 juli (30%) van elk jaar waarin de BIZ-bijdrage wordt geheven. 
  5. De bedragen worden overgemaakt naar bankrekeningnummer IBAN: NL40 RBRB 0827 9738 53 onder vermelding van "subsidie BIZ Binnenstad Zierikzee ", onder toevoeging van de periode waarop de betaling betrekking heeft.
  6. De stichting dient uiterlijk op 1 juni van het jaar volgend op het subsidiejaar een samenstellingsverklaring te overleggen bij de gemeente Schouwen Duiveland over het voorafgaande subsidiejaar die is opgesteld door een daartoe wettelijk bevoegd accountant. Tevens wordt een inhoudelijk verslag overlegd. Dit verslag bevat een beschrijving van de aard en omvang van de geleverde prestaties en producten, een vergelijking tussen de beoogde en gerealiseerde doelstellingen en een toelichting op de eventuele verschillen.
  7. Binnen 13 weken na ontvangst van de samenstellingsverklaring van de stichting over het voorafgaande subsidiejaar stelt het college de hoogte van de subsidie definitief vast.

5. Activiteiten/overeengekomen prestaties Service Level Agreement

  1. De activiteiten/overeengekomen prestaties in de openbare ruimte en op het internet waarop de stichting zich richt vallen binnen onderstaande thema’s en zijn gericht op het publiek belang;
    1. Bevorderen van de leefbaarheid
    2. Bevorderen van de veiligheid
    3. Bevorderen van de ruimtelijke kwaliteit
    4. Bevorderen van de economische ontwikkeling 
  2. Ten behoeve van een goede uitgangspositie voor het verbeteren van de openbare ruimte door de stichting verplicht de gemeente zich om tijdens de duur van deze overeenkomst de kwaliteit van het beheer in ieder geval te handhaven op het in de Visie Openbare Ruimte vastgelegde gemiddelde onderhoudsniveau A. Partijen hebben afgesproken op een passend moment in 2027 een nieuwe nulmeting te doen.
    Deze nulmeting en de daarin afgesproken afspraken met betrekking tot verantwoordelijkheden en uit te voeren acties betreffende de openbare ruimte zijn vastgesteld en maken als bijlage deel uit van deze overeenkomst (bijlage 1). De verplichtingen die in deze nulmeting zijn vastgelegd gelden uitsluitend voor de looptijd van de overeenkomst en onder het voorbehoud dat de gemeente het uitvoeringsprogramma van het beheer van de openbare ruimte volgt voor de binnenstad Zierikzee zoals benoemd in de Visie Openbare Ruimte en de daarbij behorende Meetlat Kwaliteit Openbare Ruimte.
    Ook ten aanzien van de aspecten "heel en veilig" zal de kwaliteit gehandhaafd moeten worden op een niveau dat nader in overleg moet worden vastgelegd in een Service Level Agreement, conform de eisen van de BIZ-wet. De daarin vast te leggen verplichtingen gelden uitsluitend voor de periode en het gebied waarover de BIZ-subsidie wordt verleend. Bij deze verplichting zal het voorbehoud moeten worden gemaakt, dat er gewichtige redenen, zoals budget neutrale systeemwijzigingen of door de Raad vastgestelde bezuinigingen, kunnen zijn, op grond waarvan de gemeente gedurende deze overeenkomst het niveau niet kan handhaven. In dergelijke situaties is de gemeente verplicht dat vooraf goed gemotiveerd aan de stichting te melden.
    Ook ten aanzien van de aspecten ‘heel en veilig’ gelden de in de nulmeting (schouw) afgesproken afspraken met betrekking tot verantwoordelijkheden en uit te voeren acties. 
  3. Gebiedspromotie en activiteiten Gemeente en stichting spreken de intentie uit dat zij zich maximaal zullen inspannen om, in de situaties waar dat mogelijk is, de samenwerking te zoeken door koppeling van activiteiten en uitingen die het oogmerk hebben van gebiedspromotie. In dit geval specifiek promotie van de Binnenstad van Zierikzee.

6. Verantwoording

  1. De stichting dient jaarlijks verantwoording af te leggen op de in artikel 4.6 omschreven wijze.
  2. De stichting draagt zorg voor een sluitende begroting en jaarrekening en voert een transparante administratie. 
  3. In geval van afwijkingen in de realisatie van overeengekomen contract afspraken, neemt de stichting initiatief tot overleg met de gemeente. Bij negatieve afwijkingen heeft het college het recht de subsidie lager vast te stellen dan verleend, tenzij de stichting kan aantonen dat de oorzaken van de afwijking buiten haar invloedssfeer liggen. Bij gebruikmaking van dit artikel door de gemeente zal sprake moeten zijn van zwaarwegende redenen. Toetsing vindt plaats conform artikel 1 lid 2 van de wet.

7. Overleg, evaluatie en rapportage

  1. Minimaal twee keer per jaar vindt een voortgangsgesprek plaats tussen de stichting en de gemeente. Doelen van dit overleg zijn:
    1. Algemene informatie-uitwisseling en het signaleren van nieuwe ontwikkelingen; 
    2. Bespreken van de voortgang en het door de stichting tijdig signaleren van eventuele afwijkingen van de contractafspraken; 
    3. Aan de hand van de voortgangsgegevens tussentijds gemaakte afspraken bijsturen;
    4. Het anticiperen op volgende jaren; 
    5. Het toelichten van de begroting en het activiteitenprogramma voor het volgende subsidiejaar
    6. De verantwoording naar aanleiding van de samenstellingsverklaring over het voorafgaande subsidiejaar. 
  2. De gemeente neemt het initiatief voor deze gesprekken.
  3. Partijen verplichten zich elkaar tijdig, volledig en juist te informeren omtrent ontwikkelingen die invloed hebben op hetgeen in deze overeenkomst is overeengekomen.

8. Wanprestatie/overmacht

  1. 1. Ieder der partijen is gerechtigd deze subsidie-uitvoeringsovereenkomst en daarmee de subsidierelatie te beëindigen, indien de andere partij, na schriftelijk in gebreke te zijn gesteld waarbij een redelijke termijn wordt gegeven, in ernstige mate tekort schiet in de nakoming van een of meer krachtens deze overeenkomst op die partijen rustende verplichtingen, tenzij er sprake is van overmacht.
  2. De bepalingen uit de Wet op de bedrijveninvesteringszones en de Algemene Wet Bestuursrecht, zijn hierbij van toepassing en worden door ieder der partijen in acht genomen.

9. Wettelijke grondslag

  1. Op de subsidieverlening is naast de Wet op de bedrijveninvesteringszones en de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. De subsidie wordt vastgesteld aan de hand van een jaarlijkse BIZ subsidiebeschikking.

10. Geschillen

  1. Partijen streven ernaar geschillen betreffende de uitleg, uitvoering of nakoming van deze overeenkomst in onderling overleg op te lossen. 2. Ieder geschil tussen partijen ter zake van de overeenkomst zal bij uitsluiting worden voorgelegd aan de daartoe bevoegde rechter, tenzij partijen alsnog een andere vorm van geschillenbeslechting zullen overeenkomen.

In tweevoud opgesteld en ondertekend te Zierikzee op............................................2026

Gemeente Schouwen Duiveland Ondernemersfonds Binnenstad Zierikzee
………………
J.Chr. van der Hoek MBA Burgemeester

Stichting
………………
Niek Degen
penningmeester
………………
René Kalverboer
voorzitter

Scroll de tabel horizontaal om meer te zien
DUWOZ OMSCHRIJVING
2175 opslag/distributie met woongedeelte
3145 geldautomaat
3171 werkplaats/garage
3175 opslag/distributie
3176 Atelier/werkruimte
3311 creche/peuterspeelzaal
3312 basisschool
3318 dagverblijf
3319 overig onderwijs
3337 gezinsvervangend tehuis
3351 verzorgings-/bejaardenhuis
3373 politiebureau
3375 brandweerkazerne
3376 wijk-/buurtcentrum
3413 museum
3414 expositiehal/evenementenhal
3419 overig cultureel
3451 Kerk
3459 overige religieuze gebouwen
3515 clubhuis
3516 kleedgebouw/toiletten
3624 windmolen
3664 telefooncentrale
3999 Overig onroerend niet-woning
4115 parkeerterrein/parkeerplaats
4199 overig ongebouwd
5300 niet-woning zonder woning in aanbouw