Toespraak Dodenherdenking 4 mei 2026 burgemeester J. Chr. van der Hoek
Aan de muur van de nieuwe kerk in Zierikzee is het gedenkteken ‘Slachtoffers Schouwen-Duiveland Tweede Wereldoorlog’ bevestigd.
Ik stond er vanmiddag bewust even stil. Terwijl ik daar stond plaatste een vrouw een vaasje met kleine roosjes, met daaraan een kaartje. Op het kaartje stond een boodschap die aangaf wat haar verbondenheid was met enkele namen op het gedenkteken. Die verbondenheid sprak ook een andere vrouw uit die met haar scootmobiel, kleinzoon voorop, aan kwam rijden. Twee van de namen, van een vader en een zoon, waren familie van háár, en daarmee ook van haar kleinzoon, zo vertelde zij hem. Zij vond het belangrijk hem dat met eigen ogen te laten zien.
Ik vond het fijn haar te spreken, en het kaartje bij de roosjes te lezen. Omdat dit het levende bewijs was dat achter elke naam op dit gedenkteken een verhaal schuil gaat, een verhaal over een mens. Mensen die niet vergeten zijn, maar een relatie hebben met het nu. Onder die namen ook de Tien van Renesse, die wij op deze plek speciaal noemen en langs wiens graven wij de begraafplaats straks verlaten.
Over de mensen op het namenmonument is ook een boek geschreven. Daarin staat onder andere; … ze zijn om het leven gekomen door wie en wat men was, wat men dacht en deed, of ‘gewoon’, -voor zo ver je in deze context van gewoon mag spreken-, door toeval.
De oudste was 84, de jongste 8 maanden…
Wat blijft er over als de oorlog voorbij is? Die vraag staat centraal in “De stilte erna”, een voorstelling van Jeugdtheaterschool Zeeland in Middelburg.
In aanloop naar 4 mei maakten deze jongeren, in slechts vijf dagen tijd, een voorstelling die niet alleen terugkijkt op de Tweede Wereldoorlog, maar vooral de brug slaat naar het heden. De voorstelling maakt deel uit van Theater Na de Dam, een landelijke theatermanifestatie op de avond van de Nationale Dodenherdenking. Vanavond en morgenavond is er in dat kader ook hier een speciaal gemaakte voorstelling te zien in Fizi in Zierikzee, onder de titel “Als je éven niet oplet”.
Op omroep Zeeland vertelt Julia, een van de deelnemende jongeren, hoe het haar geraakt heeft.
"De oorlog voelt voor jongeren vaak ver weg, zo zegt zij. Maar als je iemand van in de negentig hoort vertellen wat hij of zij heeft meegemaakt, komt het ineens heel dichtbij."
Het verhaal dat Julia gehoord heeft, de verhalen die horen bij de mensen die op het namenmonument in Zierikzee staan; ze geven aan dat de vrijheid waarin wij leven -en die wij morgen víeren-, geen vanzelfsprekendheid is.
Waakzaamheid is geboden die vrijheid te bewaken.
Vrijheid voor wie vélen hun leven gaven.
Die wordt niet alleen bedreigd door een oorlog aan de rand van Europa, maar misschien wel des te meer door de vrijheid die wij hebben om ons te mogen verenigen, uit te spreken en te demonsteren. … Een groot goed.
Maar er ís een grens.
Die ligt bij het aanzetten tot haat, discriminatie, vernielingen of geweld tegen mensen of bevolkingsgroepen.
Omdat ze een andere mening hebben, er anders uitzien, in iets anders -of helemaal niet- geloven, het beter in het leven getroffen hebben dan de ander, er anders uitzien, van iemand anders houden of een andere achtergrond hebben.
Zie de social media, lees de kranten, kijk het nieuws.
Anderen wegzetten, uitsluiten, bedreigen.
Geweld gebruiken als democratisch genomen besluiten, het beleid van de regering, het college of de gemeenteraad je niet bevallen.
Een nationaal monument vernielen. Nota bene op de dag dat wij onze slachtoffers herdenken. Omdat je vindt dat je eigen gelijk dat blijkbaar rechtvaardigt.
Zo maar wat verontrustende voorbeelden.
Willen we dan niet, of niets, leren van de aanloop naar de tweede wereldoorlog die wij vandaag herdenken?
Want in de jaren ‘30 van de vorige eeuw begon het op dezelfde wijze. Van sluimerend en besmuikt… tot openlijk en gangbaar. Totdat er geen weg meer terug was.
Ik vertrouw er op dat de mensen die wel hebben geleerd, of die wél willen leren van die geschiedenis, nog altijd -en hopelijk áltijd-, de grote meerderheid zullen blijven vormen.
Dat u, dat jij en ik samen waakzaam zijn, en blijven, op die signalen. Maar óók dat wij er naar handelen. Door ons -in íeder geval- uit te spreken.
Niet te accepteren of normaal te maken wat niet normaal is. Want nu gaat het misschien nog over een ander, maar bedenk; … morgen kan het ook over jou gaan.
In de musical “Soldaat van Oranje” komt het lied voor “Als wij niets doen, wie dan?”
Het nummer benadrukt de noodzaak om niet passief toe te kijken wanneer onrecht of gevaar dreigt.
Je niet, zo gaat het lied, te verschuilen achter je hoge en veilige muur. Het is een emotionele oproep tot betrokkenheid en solidariteit.
Het gaat over jou, én mij
Onze enige hoop, zíjn wij
We zien toch dat dit, níet kan
Als wij niets doen
Wie dan?
In de sokkel van het beeld "De Onbekende Gevangene", dat staat in voormalig concentratiekamp Dachau, staat gebeiteld;
"Den Toten zur Ehr, den Lebenden zur Mahnung".
“Om de doden te eren en de levenden te waarschuwen"
Laten we blijven opletten en gewaarschuwd blijven.
Opdat alle mensen die, in de Tweede wereldoorlog en in oorlogshandelingen daarna, zijn gestorven voor onze waarden en vrijheid, niet voor niets gestorven zijn.
Dat wij de vrijheid vieren, bewaken en bewaren. Voor ons en voor hen.