Toespraak burgemeester J.Chr. van der Hoek Watersnoodherdenking 1 februari 2026
Hier leest u de toespraak van burgemeester Van der Hoek die hij bij de herdenking van de Watersnoodramp op 1 februari 2026 gehouden heeft.
Geachte overlevenden, en nabestaanden van de slachtoffers van de Watersnoodramp,
Honored representatives of Greece and the United States of America,
Geachte Commissaris van de Koning in Zeeland en echtgenote, Leden van Gedeputeerde en Provinciale staten van Zeeland, Zuid-Holland en Noord-Brabant,
Leden van het college, gemeenteraad en kinderburgemeester van Schouwen-Duiveland,
Leden van diverse colleges en gemeenteraden in Zeeland, Deltacommissaris, Dijkgraaf,
Vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties en het Watersnoodmuseum, inwoners en belangstellenden.
Welkom op deze eerste februari 2026
Welkom op deze herdenking van de Watersnoodramp van 1953.
Voor velen volstaat kortheidshalve ‘de Ramp’. Iedereen in Zeeland weet dan waar je het over hebt. Alhoewel, iedereen? Onvermijdelijk zijn en komen er generaties die niet meer, uit eerste of tweede hand, of familieverband, de verhalen kennen over de Ramp. Onvermijdelijk zijn er in de loop van de jaren mensen van buiten in onze dorpen en steden komen wonen. We noemen ze ook wel Buutendiekers. Die vaak niet, of onvoldoende, weten van onze dierbare overledenen, van de verwoestingen door het water. Die niet weten dat het water, na die 1e februari, niet na een paar dagen al weer weg was, maar op een groot deel van het eiland tot ver in het jaar blééf. Met dagelijks eb en vloed en verzilting tot gevolg.
Als je hem niet zelf hebt meegemaakt leer je de omvang en de ingrijpende gevolgen van de Ramp alleen maar kennen door er over te horen, te lezen en te zien. De plek bij uitstek daarvoor is het Waternoodmuseum hier achter mij. Gelegen in de caissons die in november 1953 werden gebruikt om het laatste stroomgat te dichten.
Dit werd mij weer eens bevestigd door de jonge leden van een filmploeg uit Hatfield die onlangs een bezoek brachten aan Zierikzee in het kader van een documentaire over de voormalige jumelage tussen die twee plaatsen. Ja, zo zeiden ze mij bij onze kennismaking, ze hadden inmiddels wel gehoord dat er ooit een keer ‘een flood’ was geweest. Maar de volledige betekenis, en de doorwerking, tot op de dag van vandaag, drong pas werkelijk tot ze door nadat ze een bezoek hadden gebracht aan het Watersnoodmuseum, zo vertelden ze de volgende dag. In de caissons kwam het verhaal voor hen tot léven. Ze waren diep onder de indruk en begrepen nu pas goed de omvang van de Ramp.
In het Watersnoodmuseum vindt aansluitend aan deze herdenking een symposium plaats. Dat gaat over, rampen, rituelen en hedendaags herdenken. Daarover wordt onder andere een essaybundel gepresenteerd.
Het woord ‘hedendaags’ is mijns inziens in dit thema van belang. Willen we nieuwe generaties, nieuwe inwoners, deelgenoot maken van het belang van herdenken, van het blijven delen van de verhalen van toen en de lessen die wij daaruit kunnen leren naar het nu, dan is het van belang open te staan voor meer hedendaagse, of zo u wilt, eigentijdse manieren van herdenken. Nieuwe generaties brengen nieuwe ideeën. En als die bijdragen aan het levend houden van de nagedachtenis, in combinatie met de blik vooruit, bijdragen aan het voorkomen van, dan is dat welkom. En nieuwe vormen kunnen prima bestaan naast de meer bekende, vertrouwde vorm, zoals vandaag.
Want waarom herdenken we? Herdenken we omdat we willen herdenken, omdat we het waardevol vinden? Of doen we het omdat het, door de jaren heen, voor mensen meer een soort van traditie geworden is? Waarbij we mogelijk uit het oog dreigen te verliezen waaróm we het doen. Waaróm het belangrijk ís, én blijft. “Is herdenken nodig, nog nodig, en … moet het nog ieder jaar?” Vragen die ik weleens hoor. Volgens mij is het net als met vrijheid. Ieder jaar zeggen we tegen elkaar rond de herdenking en viering op 4 en 5 mei; vrijheid is niet vanzelfsprekend. Vrijheid vraagt onderhoud, vraagt om bewustwording, vraagt om inzet.
Dat geldt ook voor waterveiligheid. Ook dat is niet vanzelfsprekend. Zo hebben we dit hier aan den lijve ondervonden in 1953, zo hebben we dat ook in latere jaren op andere plaatsen in Nederland kunnen zien, en zo zien we het zeer regelmatig in allerlei andere delen van de wereld.
Herdenken heeft wel degelijk zin en, in ieder geval, een tweeledige functie. Het doet ons, bovenal, stilstaan bij het grote verdriet van toen. Verdriet over onze geliefden en naasten, de verwoestingen.
En dat besef, die ervaringen, houden ons daarnaast ook scherp. Scherp op onze toekomst, een waterveílige toekomst. Waarin we weerbaar moeten zijn én blijven tegenover het water. Des te meer actueel in deze tijd, waarin geo-politieke ontwikkelingen ons extra bewust maken van onze kwetsbaarheid ten opzichte van het ons omringende water en de noodzaak ook vanuit dat perspectief zo goed mogelijk voorbereid te zijn.
Stilte is een belangrijk onderdeel van herdenken. Ook wij zullen zo dadelijk stil zijn. Stil zijn en letterlijk stilstáán, bij wat verloren ging en wat bleef na dat moment waarop het verwoestende water vele levens voorgoed veranderde.
In die nacht van 31 januari op 1 februari 1953, en ook de nacht erna, waarin Nederland door een van de grootste natuurrampen uit zijn geschiedenis werd getroffen. Een zware noordwesterstorm, in combinatie met-springtij, zette Zeeland en een deel van Noord-Brabant en Zuid-Holland onder water.
1836 mensen lieten het leven en tienduizenden dieren verdronken, rond de 4500 huizen en gebouwen werden verwoest en 150.000 tot 200.000 hectare grond kwam onder water te staan. Rond 72.000 mensen werden geëvacueerd.
Nog velen, hier aanwezig, of zij die met ons meekijken of luisteren, hebben hun persoonlijke herinnering aan die dagen van toen en de verwerking daarvan.
Het bracht, met donderend geraas, een ingrijpend besef van natuurgeweld, lijden en dood. Het stelde geloof soms zwaar op de proef of leidde juist tot rotsvast vertrouwen en troost. Het leidde ook tot grote gemeenschapszin, onderling hulpbetoon, verbondenheid en solidariteit. In de getroffen gebieden onderling, maar ook vanuit landen dichtbij en ver weg. Daar kunnen we nog altijd dankbaar voor zijn. Om dát alles zijn wij zo dadelijk stil.
Het luide verdriet van toen mag dan verstomd zijn, … het wordt nog áltijd in het hart gedragen.