De Weeskamer te Zierikzee werd ingesteld bij privilege van 16
juli 1473 door Karel de Stoute.1 De weeskamer hield
toezicht op het beheer van de bezittingen van hele of halve
minderjarige wezen en zwakzinnigen en de opvoeding van hen tot hun
meerderjarigheid of gehuwde staat. In de praktijk betekende dit dat
de weeskamer controle uitoefende over het door de voogden en
toeziende voogden gevoerde beheer. Deze overlegden daartoe een
inventaris van de boedel en legden daartoe periodiek rekening en
verantwoording af. De boedelinventarissen en boedelrekeningen
vormen dan ook het grootste deel van het archief.
Niet van elke boedel is de administratie voorhanden. Afgezien van
het feit dat het archief niet compleet is, kon ook ontheffing
(‘seclusie’) worden verkregen. Dit ontsloeg de erfgenamen echter
niet een boedelinventaris te overleggen, die echter in verzegelde
vorm kon worden aangeboden.
Het college van weesmeesters bestond vanaf 1527 uit vijf personen,
als regel leden van het Zierikzeese regentenpatriciaat. Het college
werd ter zijde gestaan door een secretaris en klerk of bode. De
weesmeesters vergaderden in het stadhuis.
De instelling moet niet verward worden met het weeshuis. Dat
betreft de instelling, die de daadwerkelijke zorg van wezen op zich
nam. Zij deed dit veelal indien de familie daarvoor geen
mogelijkheden had of er geen familie meer was. In het weeshuis kwam
echter slechts een deel van de Zierikzeese wezen of halfwezen
terecht.
Het archief beslaat ruim 70 meter en is daarmee het grootste in zijn soort in Zeeland. Opvallend is het grote aantal stukken uit de 16de eeuw. De kern wordt gevormd door de ‘weesregisters’ waarin de besluiten van de weesmeesters zijn aangetekend. Deze serie loopt, behoudens twee hiaten, over de periode 1605-1811. Vooral voor genealogisch onderzoek vormt het archief een rijke bron. Maar ook voor bijvoorbeeld de materiële cultuur is dat het geval.2
De inventaris van de boedelinventarissen, boedelrekeningen en andere stukken zoals u die hier kunt raadplegen, betreft de verkorte versie, die is toegankelijk gemaakt op naam. Om het inladen niet te lang te laten duren, is het totale bestand in elf delen opgesplitst. De inventaris zelf, die 5538 nummers omvat, kan worden geraadpleegd in de studiezaal van het Gemeentearchief.3
Het inladen van een deel van het bestand duurt ongeveer 30 seconden.